Met speciale dank aan:
- Roberto LLerena
- Don Narciso Morales
- The people of Mano Juan
SeavisTours voor unieke eco-avonturen.
SeavisTours Museum in Mano Juan
Het museum is gevestigd in Mano Juan (Saona Eiland) en vormt onderdeel van de Saona Crusoe VIP excursie van SeavisTours (www.seavisbayahibe.com). Het museum is geopend in het jaar 2009 en vertelt het fantastische verhaal van Isla Saona en van het dorp en de bewoners van Mano Juan.
The making of...in mei-juni 2009 door: Guillermo Estrada, professionele kunstenaar sinds 1984
De verslagen van de inwoners van Saona Island dateren uit de tijd van de Taino Indianen; de sporen van hun aanwezigheid zijn op verschillende punten van het eiland te vinden. Dit deel van de muurschildering bevat een exacte reproductie van de Tainos rotstekeningen die gevonden zijn in grotten in het "Parque Nacional del Este". COTUBANAMA (de Tainos naam voor Saona) wordt uitgebeeld door de indiaan die vanaf een rots over de zee naar de horizon tuurt; de schildering toont de grotten, die werden gebruikt als schuilplaats tegen orkanen en indringers. Het gezicht van de vrouw is een toonbeeld van de vruchtbaarheid (Taino betekent "mensen van de schoonheid") en de mysteries van dit volk, dat uiteindelijk werd uitgeroeid.
De windroos is een instrument dat gebruikt werd in de dagen van Columbus om de kaarten op te bevestigen, het is een voorbeeld van de oude methode waarmee een kaart gelezen en getekend werd. Indertijd werden de nieuwe landen en referentiepunten heel anders opgetekend dan tegenwoordig. Momenteel wordt het "Noorden" gebruikt als het referentiepunt. In de tijd van Columbus werden de kaarten getekend als een feitelijke weergave van het punt zoals de kartograaf dit zag. Indien van koers veranderd werd, draaide de navigeerder de kaart gewoon op de windroos.
Deze muurschildering toont de twee verschillende culturen: het Oosten (Europese ontdekkers) ontmoet het Westen (de Taino Indianen)..
De storm en de woeste zee geven de orkaan geschiedenis van het Caribisch gebied weer. Orkanen komen vaak voor, vooral rondom Saona, waar de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee elkaar ontmoeten. Mano Juan werd -in 1998- grotendeels verwoest door de orkaan Georges. Hispanolia heeft het grootste aantal scheepswrakken van de Caribbean. Aangenomen wordt dat net buiten de kust van Canto de la Playa “de vloot van Francisco de Bobadilla” schipbreuk leed op 1 juli van 1502. Dertig Spaanse galjoenen, onder leiding van het vlaggenschip "El Dorado", en geladen met goud, zilver en kunstvoorwerpen uit de nieuwe wereld, verdwenen hier in een hevige orkaan. In de daaropvolgende eeuwen hebben veel avonturiers geprobeerd om deze immense schat te vinden ....
Doña Antonia Franco was een passagier op het galjoen "Conde de Tolosa", dat schipbreuk leed in de baai van Samana in 1724. Tijdens de berging van het wrak in de jaren 1980 werd een koffer teruggevonden met een gouden armband met haar naam en een rol van tule (vaak gebruikt bij de vervaardiging van trouwjurken). Maar in de registers in de bibliotheek van Sevilla (Spanje) is geen persoon met de naam van Antonia Franco geregistreerd als passagier van de "Conde de Tolosa" ... ... Het bleek dat ze van schip veranderde in Puerto Rico en zo haar ongelukkige lot bezegelde.
Het verhaal van de Bobadilla: Francisco de Bobadilla was de tweede gouverneur van Hispaniola, benoemd door de Spaanse koning. Alle schepen die naar de Nieuwe Wereld voeren, moesten Santo Domingo aandoen om hun opdrachten te krijgen en op de terugweg om hun 'concessievergoedingen' te betalen. Deze vergoedingen werden normaal betaald in goud, zilver of andere kostbaarheden die mee terug werden genomen vanuit de 'Nieuwe Wereld'. De kostbaarheden werden opgeslagen in Santo Domingo en eens in de zoveel tijd gelastte de Spaanse koning deze naar Spanje te verschepen. In 1502 zeilde Francisco de Bobadilla naar Spanje met 30 schepen volgeladen met een enorme schat van al de vergoedingen verzameld in de voorgaande jaren. Maar de vloot is nooit aangekomen in Spanje en verdween spoorloos. Kort na de verdwijning kwamen de verhalen dat de vloot tijdens een hevige orkaan ten onder was gegaan in de buurt van Canto de la Playa. Vanaf die tijd wordt er gezocht naar de schat... ...
Deze muurschildering toont een verzameling van scheepskarkassen met oude ankers in het rif van Caballo Blanco (Canto de la Playa) die door hun vorm en datering in verband worden gebracht met de vloot van Bobadilla.
Piraten hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Saona. Ze woonden op het eiland en overvielen de schepen die tussen de continenten pendelden. Ze brachten paarden en varkens naar het eiland als een bron van voedsel. De wilde varkens die momenteel op het eiland leven zijn de grootste van het land. De piraten hielden zich ook bezig met slaventransporten uit West-Afrika. Hispaniola (Haïti in het bijzonder) heeft een grote populatie die afstamt van deze slaven. De piraten probeerden eveneens de schatten van Bobadilla te vinden, maar zijn hierin nooit in geslaagd ... ..
De Taino Indianen noemden Saona “COTUBANAMA”. Christopher Columbus dacht eerst dat het eiland deel uitmaak van het hoofdeiland Hispaniola, maar tijdens zijn tweede bezoek wees Michele da Cuneo, een vriend van Columbus, hem erop dat het eiland werd gescheiden van het vasteland door een smal kanaal (het kanaal van Catuano). Ter ere van de vriendschap en van deze ontdekking gaf Columbus het eiland aan Cuneo. Cuneo noemde het eiland “BELLA SAVONESA”, want hij kwam uit de Italiaanse stad Savona. In de loop der jaren is de naam verbasterd tot Saona ....
Deze afbeelding van ADAMANAY of thans MANO JUAN geheten, bevat de beelden beschreven door Don Narciso Morales, de oudste nog levende persoon van de kolonisatie in de tijd van de dictator Rafael Leonidas Trujillo Molina. In 1944 beval Trujillo 12 gezinnen om zich te vestigen op het eiland. De Verenigde Staten hadden het eiland "La Mona", gelegen in "Het Kanaal van La Mona" tussen Puerto Rico en de Dominicaanse Republiek bezet en Trujillo wilde niet dat Saona hetzelfde lot zou ondergaan. De officiële naam van de stad Mano Juan is eigenlijk ADAMANAY. Mano Juan is afgeleid van een van de kolonisten genaamd Juan. "Mano" is het laatste deel van het woord "HERMANO", wat "broer" betekent in het Spaans (een zeer Dominicaanse manier om een persoon aan te spreken zonder vermelding van zijn naam). Juan werd zo populair op het eiland dat het dorp al snel werd aangeduid als "de plaats waar herMANO JUAN" woonde. Nu gebruikt niemand de naam Adamanay meer.
Don Narciso Morales, liefkozend JUANIQUITO genoemd, kwam in 1944 op Saona aan samen met zijn ouders, zijn 12-jarige broer en zijn kleinere zusje van 8. JUANIQUITO was 10 jaar en de familie was de eerste die de boot "De Julia" verliet. Het huis in de buurt van het strand was een opslagplaats waar - volgens JUANIQUITO- de commerciële partner van de dictator, Anibal Trujillo (niet-verwanten) het hout opsloeg dat werd verkocht op het hoofdeiland. Het kleine huis met de vlag was het huis van de marine-inspecteur. Het grote huis was een gemeenschappelijk gebouw waar de pas gearriveerde kolonisten verbleven totdat zij hun eigen huizen gebouwd hadden. In dit gebouw is momenteel ons museum gevestigd. Het gebouw aan de linkerkant bevat de stallen voor de paarden. Ook het waterput kan goed worden waargenomen. JUANIQUITO is van mening dat de put is gebouwd door de Taino Indianen. De put bevindt zich nog altijd op dezelfde plaats; er slechts een cementen structuur gebouwd om de put te bewaren. Volgens JUANIQUITO en Dona Consuelo (zijn vrouw) is de put nooit droog geweest. Naast de put was een houtskooloven die al bestond toen de kolonisten arriveerden. De kolonisten gebruikten de oven nog lang na hun aankomst om houtskool te maken.
Tot slot dit deel is een hommage aan de twaalf families die zich hier vestigden en de beperkingen en de moeilijke omstandigheden die ze moesten doorstaan. Elk jaar kan een van de kinderen van elk van de 12 gezinnen iets in hun eigen vlag schilderen.